• Mopti aan de oever van de Niger
  • Amsterdam Roest
  • een van de 1.000 mooie huisjes in Siberie
  • hortensia in de herfst

Vol verwachting klopt mijn hart

 12-11-2008 23:55

Zelhem, november 1970. Ik sta met vriendinnetjes achter het noodlokaal van groep 4, toen nog de tweede klas, van de Jan Ligthartschool. Ria Heinen, de dochter van de schilder, vertelt dat Sinterklaas niet echt bestaat. Sinterklaas is volgens haar gewoon meneer Vleming, de kruidenier en de vader van Martin. Mijn mond valt open. Hoe is het mogelijk. Hoe komt dan die wasmand met cadeautjes op de stoep net als mijn vader even naar de schuur is, als Sinterklaas niet bestaat? Hoe komen dan die ingepakte broodkorstjes tussen de cadeautjes met een plaaggedicht voor mijn broertje Karel? Sinterklaas weet wat ik nodig heb; nog meer boeken. En tussen de chocoladeletters zit altijd een M. En dat blije gevoel, als Sinterklaas op z’n paard het dorp door rijdt naar het gemeentehuis, en het grote welkom dat de Sint dan krijgt van de burgemeester. Ik weet eigenlijk meteen dat Ria gelijk heeft. Maar wat een verraad! Sinterklaas, de man van wie ik hou, bestaat niet! Ik viel met een harde klap van mijn geloof. En de vriendschap tussen Ria en mij was over!
En toen zag ik ook al die dingen die ik eigenlijk altijd al gezien had die niet klopten. Twee Sinterklazen in een straat! Gekke grijze vaderbroekspijpen die onder de tabberd uitsteken! En die rare Sinterklaas, met die ontzettend paarse neus, wie was dat eigenlijk?

Rotterdam, november 2008. Nog drie nachtjes slapen en Sinterklaas komt met pieten en pakjes aan op het Leuvehoofd. En als hij volgende week langs rijdt op Amerigo, heb ik weer rode wangen en een kloppend hart!
We willen eigenlijk allemaal een goed mens zijn en daarom vinden we hulpmiddelen uit die ons kunnen helpen. We bedenken met elkaar een man met een mijter en een dik boek waarin alle mensen van de wereld staan met hun goede en slechte daden. En met zijn leesbril op het puntje van zijn neus laten we hem aan ons vertellen wat er geschreven staat. Hij moet ons daarbij streng aankijken en ons laten beloven de bittere broodkorstjes op te eten en niet met de deuren te slaan. En een ding is zeker: wie zoet is krijgt lekkers wie stout is de roe!

SINTERKLAAS12.jpg